Grondbeginselen
Fasedoel jaar 2
Na afloop van het tweede leerjaar is de student in staat een definitie te geven van kernbegrippen uit de klassieke homeopathie en deze te omschrijven en toe te passen in de context van een ziektegeval. Kernwoorden in deze fase waar de student mee te maken krijgt zijn bijvoorbeeld: ziekte en gezondheid, levenskracht en vitaliteit, predispositie, externe ziekmakende factoren, acute en chronische ziekten, symptomen en hun gradaties en hiërarchie, wetten van genezing, de gelijksoortigheidsregel, anamnese en analyse, geneesmiddelen, geneesmiddelproeven en -testen, geneesmiddelbereiding, toepassing van de geneesmiddelen en hun posologie, en een modelmatige analyse van het ziektegeval. In deze fase wordt tevens kennis ontwikkeld van technieken voor psychologische gespreksvoering.
Fasedoel jaar 3-4
Het fasedoel in deze jaren is een definitie te kunnen geven van kernbegrippen uit de klassieke homeopathie en deze te kunnen omschrijven en toepassen in de context van een ziektegeval. Kernwoorden in deze fase zijn bijvoorbeeld: miasma's, geneesmiddelreacties, symptoomschaarste, symptoomwaardering, psychische gesteldheid en psychopathologie, behandelplan, de lagentheorie volgens Vithoulkas, situationele materia medica volgens Sankaran, compensatie en polariteiten in een middel, onderdrukken en palliatief behandelen.
Fasedoel jaar 5-6
Na deze fase kan de aankomend homeopaat een definitie geven van nieuwe stromingen in de homeopathie en deze omschrijven in de context van een ziektegeval. Zo komen onder meer de systematiek van Scholten en Sankaran aan bod.